Posted 06 October 2012 - 09:20 AM
Excuse me for this long text, and in Dutch, double excuse :-)
But time to translate lacks me for the moment.
Though wanted to share this concerning the Lyda topic.
Some connections with Leda, Nobility, Black/White view and Swan metafor in Frisian/Sea faring history and on people's behaviour.
I tried for at least some clue or convenience to indicate cliffhangers in bold. If interesting for some, google translate will help with that part.
So, for the ones interested ... otherwise just skip :-)
Leda and the Swan.
Sprookje: Voor Mensenkinderen! Wat een fabelachtige drijvende kracht.
Statig drijft de familie Cygnus (-> kuikens) door de vijvers van Kasteel Swanenburgh in Zwanendam. De zomer is voorbij. De paren hebben hun jongen grootgebracht en overal in het land verzamelen de families zwanen en ganzen (-> hanzen) zich om herfst en winter in groepsverband door te brengen. En het zijn dan juist die herfstavonden, als de wind is gaan liggen en het avondrood de serene rust in het water extra benadrukt, dat de familieoudste verhaalt over vroeger. Verhalen, die al sinds zwanen-heugenis worden overgeleverd van vader op zoon en dochter opdat alle nieuwe generaties zwaan goed begrijpen wat de mens bezield heeft om juist hun soort telkens weer te gebruiken als metafoor voor het eigen handelen.
―Het is zo‖, begint de familieoudste zijn onderricht, nadat hij zich het malse kroos nog even heerlijk heeft laten smaken, ―dat onze familie, waartoe wij zwanen maar ook onze naaste familieleden de ganzen behoren, sinds de oertijd de diersoort zijn, die een voor het mensdom geldende beeldspraak, extra waarde kan meegeven. Wij als Koninklijke familie van het water en de lucht vinden dat in het geheel niet erg. Sterker nog, wij voelen ons eerder zeer vereerd, maar ik wil jullie nu al wel waarschuwen dat diezelfde mens onze waarden en normen, toegepast in hun wereldje, ook te pas en te onpas kunnen misbruiken. En dat is het gevaar als je alles van de mens je maar laat welgevallen. Hoed je daarvoor je ganse leven. Dat is mijn eerste levensles voor jullie allen.‖
Alle andere zwanen in de vijver hadden volle aandacht voor wat werd gezegd. Vooral door de toon waarop de familieoudste gesproken had, was het duidelijk geworden dat het hier om een controverse ging die al eeuwenlang bestond, maar welke door de zwanenfamilie blijkbaar niet definitief kon worden gestopt.
―Ik geef jullie om te beginnen maar eens wat voorbeelden‖ hervatte de oudste zijn les. ― Voor veel mensen symboliseerde onze familie puurheid en perfectie. Opgetogen als zij waren over onze sierlijkheid in combinatie met de kleur wit van onze verenpracht maakte dat onze soort waardigheid uitstraalde. Onschuld, eerlijkheid en onbevangenheid -wat de kleur wit symboliseert- plus waardigheid geven mensen een gevoel van trots. Toen zij, in de tijd dat bij de mensen de adel het nog voor het zeggen had - zeg maar in de vroege Middeleeuwen -, deze betekenis aan het woord of uitbeelding zwaan meegaven, hadden wij als familie daar natuurlijk geen enkel bezwaar tegen ―.
Terwijl de hele groep zwanen, statig als ware aristocraten langzaam de vijver rondzwom, lichtte de familieoudste dat vervolgens verder in detail toe. Zo besprak hij dat in die tijd het hebben van zwanen op het blazoen vooral voor adellijke families veel betekende. Mogelijk omdat de adel met respect met zwanen omging en de zwaan zelfs als beschermde diersoort werd gezien. Het recht van zwanendrift, zoals dat heette, werd uitsluitend door en aan het gezag toegekend. En dat trouwens niet specifiek in de Lage Landen bij de Zee. Het is zelfs tot op de dag van vandaag in Engeland een feit dat alle in het wild levende zwanen (jullie ooms en tantes knobbelzwaan) formeel het eigendom zijn van Koningin Elizabeth.
Een kleine beetje vals speelde de adel ook wel eens, omdat een zwaan op hun wapenschild ook een afstamming van een legendarische Zwaanridder kon aanduiden. En welke edelman, hertog of koning zou dat niet graag kunnen zeggen. Hoewel er meer zwaanridders (Lohengrin) en gerelateerde verhalen als de graalridders bekend zijn, waren de in de zuidelijke Nederlanden levende adel meer bekend met de volgende versie. Deze Zwaanridder, was één van de zeven zonen van een koning die bij een nimf verwekt waren. Alle zonen werden geboren met een gouden ketting om. Wie de ketting verloor veranderde voor altijd in een zwaan. Het verhaal wil dat één van de zonen inderdaad de ketting verloor en sindsdien het bootje van de oudste broer (de eigenlijke Zwaanridder) voorttrok over zeeën, meren en rivieren. De oudste broer belandde op deze manier in Nijmegen, waar hij de hertogin van Bouillon hielp om de aanvaller, de hertog van Saksen, te verslaan. Als dank mocht de Zwaanridder de dochter van de hertogin trouwen. De Zwaanridder stemde toe onder de voorwaarde dat zijn bruid nooit zou vragen waar hij vandaan kwam. Dat ging zeven jaar goed en in die tijd hadden ze een dochter gekregen (Ida, de latere moeder van Godfried van Bouillon, de kruisvaarder). Maar helaas kon de echtgenote haar nieuwsgierigheid uiteindelijk niet bedwingen en vroeg de fatale vraag. De Zwaanridder is vervolgens weer met zijn bootje vertrokken en is nooit meer gezien.
Ook muzikanten in die tijd waren trots op hun culturele uitingen van zang en muziek. Vooral de aan de hoven werkende muzen (vooral de minnezangers) waren maar al te gelukkig als er een zwaan op hun schild kon worden afgebeeld. Want dat betekende dat zij door hun muziek het tot ridder hadden gebracht.
Ademloos hadden de andere zwanen dit mooie verhaal aangehoord. Prachtig zeg, we zouden haast trots worden op dit soort mensen. ―Maar‖, en gelijk hoorde de toehoorders hoe de stem van de familieoudste van klank en kleur veranderde, ―de mens heeft voor die periode en eigenlijk ook wel tot ver in de nieuwe tijd (tot in de 19-e eeuw) onze naam en faam ook misbruikt met valse associaties en misplaatste interpretaties‖.
―Jullie zijn oud en wijs genoeg om een aantal voorbeelden te kunnen begrijpen. Ik vertel ze jullie alleen maar om aan te geven hoe je in jullie verdere leven op moet passen met de mensen die hun eigen misdragingen proberen te projecteren op onze edele zwanenfamilie‖. En op een wat boze verwijtende toon verhaalde vervolgens de familieoudste een aantal mythen uit de Griekse mythologie. Uitermate gepiekerd en bijna emotioneel werd de zwaan toen hij vertelde dat Zeus de oppergod, de god van de zon, Leda verleidde, de vrouw van Tyndareos (heerser over Sparta) door zich als zwaan aan haar te vertonen.
―Ja, als zwaan omdat hij in eigen gestalte geen schijn van kans had gehad om ongemerkt bij zijn jaloerse echtgenote weg te komen. Vals en oneerlijk en zeker voor ons als Cygnus familie. Wij, die juist bekend staan als zijnde volledig monogaam, het symbool van de eeuwige trouw. Het is niet voor niets dat de mensen beweren dat een zwanenveer die in het hoofdkussen van de echtgenoot wordt genaaid ervoor zorgt dat deze zijn eega trouw blijft.‖
Ook verhaalde hij hoe de mens soms in zijn eigen hersenspinsels ging geloven en zo‘n spinsel dan gebruikte om het eigen handelen te rechtvaardigen. Hoe de zwanen werden gebruikt als zinnebeelden van huichelarij. Van buiten prachtig, mooi wit, maar daaronder zwart vlees. En dat gold niet alleen voor huichelaars. Alles wat aan de buitenkant mooi was, bleek nadat men eenmaal ingegaan was op die betovering, het kwade. Herbergen ―daar waar de swaan uithangt‖ waren niet slechts overnachtingplaatsen maar niet zelden ook plaatsen van ongeremd vertier en waar van oudsher gelegenheid was voor "bedgenoten" op de kamer. De huichelarij zat hem daarin dat gelijk als bij de Germaanse c.q. Noordse mythologie er zwanenmaagden (vgl. Walkuren) in die mythen voorkomen die kunnen veranderen in een zwaan door een verenkleed om te doen. Deze schonen staan symbool voor maagdelijkheid, reinheid en elegantie, maar blijken in werkelijkheid meer kameleons. Pure verleiding dat is waar het om draaide hoewel de moraal door de jaren heen, eigenlijk wel zolang de mensheid bestaat, de prostitutie niet goedkeurde. Vaak ook wel strafbaar stelde, in enkele perioden zelfs vervolgde, maar meestal toch gedoogde.
Bovendien stimuleerden die herbergen ook nog het dobbelen, in die tijd als negatief beoordeeld. Onze naaste familie, de ganzen, werden het symbool. Het ganzenbordspel is daar nog het overblijfstel van. Het spel beeldde een levensweg uit, waarvan de loop werd bepaald door het lot (de dobbelsteen). Winnen of verliezen, naar de gevangenis of de herberg leverde allebei straf op, beurten overslaan.
En dan komt daarbij die leugenachtigheid van die mensen die door hun soortgenoten betweters worden genoemd. Die beweren doodleuk dat zwanen drinkebroers symboliseren. Ja, zeggen die, omdat zwanen vaak en lang met hun bek onder water zitten, kan je bij etablissementen ‗met de zwaan‘ ook wel diep in het glaasje kijken. ―En dan voel je je als zwaan machteloos‖ de snavel van de oudste trilt van woede. Zijn boosheid wordt nog extra benadrukt door zijn rechte nek en afstaande vleugels. En met veel ontzag luisterde heel de zwanenfamilie naar hun leermeester.
‖Welk een bedorven geest moet je als mens wel niet hebben om de eigen drinkbacchanalen te willen vergelijken met het verzamelen van ons voedsel, wat wij nu eenmaal onder water doen. Dat daarbij onze halzen nat worden is toch vanzelfsprekend. En dus een rijmpje als - De Swaen voert iedere kroeg, zowel in dorp als stad. Omdat hij altijd graeg, met de bek is in ’t nat- is absurd en doet geen recht aan ons, zwanen.
En of het nu was dat hij zijn emoties niet wilde tonen aan de andere zwanen of dat hij een tussendoortje nodig had, dat was niet duidelijk, maar de familieoudste verween na deze woorden een poosje met hals en bek onder water. Toen hij weer bovenkwam was hij duidelijk gekalmeerd. De korte pauze had hem goed gedaan en de toehoorders waren blij dat er gelukkig weer een glimlach rond zijn snavel waarneembaar was.
―Kop op‖, zei hij, ―het wordt al snel donker en voor de duisternis valt moet ik zeker ook symbolieken die doorgaans positief werden gebruikt aan jullie hebben doorgegeven. Ik wil in geen geval dat jullie door wat er vroeger over ons is gefantaseerd een negatieve, enigszins racistische, houding gaan aannemen tegenover de mens‖.
―Zo hebben wij een voorbeeld mogen zijn voor de goden van de mensen die wel degelijk zagen dat wij als soort sterk en dapper zijn. In vele overleveringen overal op de wereld wordt gerept over het trekken door zwanen van vervoermiddelen voor bijvoorbeeld Apollon en Aphrodite, of de Germaanse Njord en diens dochter Freija. Maar ook ons verre familielid de Indiase gans (in het Sanskriet de paramahansa) fungeerde als voertuig voor de god Brahma. Meer recente voorbeelden de Zwaanridder, waarover ik al heb gesproken, en ook de sage dat rond 690 Jan van Arkel naar zijn stamland werd geleid doordat een achter-achter-achter-achter oom van ons voor zijn boot uitvloog, mag in deze opsomming niet onvermeld blijven.‖
De familieoudste voelde zich weer helemaal in zijn element. Hij veerde op wanneer hij het nageslacht mocht leren over de goedheid waarnaar zij moesten streven en over de voorbeeld-functie die de mensheid van zwanen verwachtte. En zo ging hij door over de dapperheid en durf van de Cygni. En dat boegbeelden op schepen bij Noormannen en Vikingen vaak de vorm hadden van zwanen, symbolen deels bedoeld als afschrikking ( wij zijn niet bang want wij voeren de zwaan) en deels als symbool van doelgerichtheid.
Ook verhaalde hij dat de Friezen de zwanenfamilie als oerbeeltenis hebben geadopteerd op hun uleborden. Stammend uit de Germaanse mythologie zijn er in de streken waar Friezen woonden en wonen twee zwanenhalzen op de huizen aangebracht. Als afschrikking voor de goden maar ook gebaseerd op de symboliek dat wij, zwanen, de brengers waren van tijdingen, zowel de goed als de slechte. De aankondigers van zomer en winter, van voorspoed en tegenspoed. Het Ulebord met dubbelfunctie. Sinds de komst van de Australische zwarte zwanen in deze gebieden worden deze laatste als de dragers van de negatieve eigenschappen gezien, als boodschappers van de slechte berichten, van de tegenspoed. The good (white) en the bad (black).
Bij het vertellen van dit laatste liet de familieoudste niet blijken of hij het prettig vond dat zijn directe familie door de mensheid in noord-west Europa niet meer direct verantwoordelijk werd gehouden voor een slechte tijding. Immers ook al waren ze zwart en kwamen ze van ver, de zwarte zwanen waren toch ook zwanen. En of zij wit of zwart zijn, onder het verenkleed zijn we toch allemaal gelijk.
Je zag hem dat denken. Eén van de jongere zwanen, die vooraan zwom, zag wel dat deze overpeinzing hem niet licht viel en om te voorkomen dat er een lange retirade zou volgen over de kortzichtigheid van de mens en het feit dat ze altijd maar blijven zoeken naar iemand die de zwartepiet kan worden toegespeeld, verbrak hij de ontstane stilte.
―Beste Oom, neem mij niet kwalijk dat ik u onderbreek, maar ik heb nog een vraag‖
De familieoudste was gelijk weer bij de les en gaf de jonge zwaan, zijn neefje, het woord.
―Dank u wel, oom‖ zei het nog lelijke jonge zwaantje, ―ik heb gezien dat op een aantal kerktorens ook een beeltenis van ons wordt gebruikt als windveer. Weet u misschien waarom dat is? Heeft het misschien verband met wat u noemde? Immers met dit gebruik krijgen wij toch altijd de wind van voren‖. De hele groep begon hard te lachen, wat voor zwanen een mengsel is van snateren, kwaken en gaggelen. Wat een domme gans zeg, die zwaan.
―Nee, nee, nee, niet zo gaggelen en zeker niet zo schadelijk‖, reageerde de familieoudste snel. ―Er bestaan geen domme vragen en dit is er één van. Ik zal het voor al diegene, die het niet weten, nog een keer vertellen.‖ En hij vervolgde: ―De mensen kennen verschillende kerkgenootschappen. Bij die kerkgenootschappen horen ook kerken‖. Om nu aan te geven welke kerk bij welk genootschap hoort gebruikt men ook symbolen zoals duidelijk wordt uit het volgende rijmpje:
De Doopsgezinden hebben een houten huisje,
de Roomsen hebben een kruisje,
de Calvinisten hebben een haantje
en de Lutheranen hebben een zwaantje!
Dat de Lutheranen een zwaantje hebben gaat terug naar een verhaal dat bij mensen leeft over Johannes Hus. Deze voorloper van de reformatie, zou, toen hij in 1415 in Konstanz op de brandstapel stond om als ketter verbrand te worden, gezegd hebben: " Gij braadt heden een gans, maar over 100 jaar komt een zwaan", ( het woord voor gans luidt in het Tsjechisch hus). Deze legende werd later in verband gebracht met het optreden van Luther, een man die nogal wat hervormingen in de katholieke kerk van toen wilde doorvoeren, maar die niet zonder slag of stoot werden geaccepteerd. Door zijn volgelingen is daaruit de Lutherse kerk ontstaan. Vandaar dat men in Lutherse kerkgebouwen vaak de afbeelding van een zwaan aantreft en jullie hem al vliegend op daken van Lutherse kerken kunnen tegenkomen. Overigens, beste neef, volgens mij is het logischer dat hij, gezien zijn naam en zijn kennis over de symboliek van gans of zwaan als boodschapper, waarover ik zojuist vertelde, hij zich vanwege zijn naam als boodschapper zag. En hij met zijn uitspraak duidelijk wilde maken dat, door hem te verbranden, zij niet van de nieuwe denkbeelden af zouden zijn‖.
De neef bedankte de oom voor zijn uitleg en liet zich wat afzakken in de groep. De familieoudste nam even een slokje water of beter gezegd groene thee (het water in de vijver was door de sterke algengroei nogal groen geworden) en hervatte zijn uitgebreide college door aan te kondigen dat hij aan het slot van deze schemersessie nog het volgende kwijt wilde.
En hij vertelde dat gelukkig vanaf halverwege de negentiende eeuw tot de dag van vandaag de verhalen van de mensen die met zwanen te maken hadden allemaal dichterbij de waarheid komen. Dat de romantische inborst en eerlijkheid van zwanen de mensen aanspreken en zij een hoofdrol zijn gaan spelen bij bijvoorbeeld de opvoeding van kinderen. Talloze opvoedende sprookjes van onder andere Grimm en Andersen worden in vele talen vertaald, zoals het lelijke jonge eendje ( met de nadruk troost, acceptatie, bevestiging of liefde) en zwaan kleef aan (met nadruk op goedheid en doorzettingsvermogen in weerwil van de mening van anderen). En ook dat er sprookjes verschenen uit andere landen zoals drie zwarte zwanen, een Russisch sprookje, dat apelleerde aan vrede en geluk voor iedereen. De Zwanenoudste repte over de liedjes (witte zwanen, zwarte zwanen, wie wil er mee naar (oorspronkelijk) Engel land varen), en muziek als het romantische Zwanenmeerballet van Tjaikovsky, waarbij de positieve eigenschappen van de zwanen als voorbeeld aan de mensheid worden getoond.
Kort memoreerde hij de moderne tijd. De mens die niet vergeten is dat kracht, betrouwbaarheid en sierlijkheid samen kunnen gaan bij gebruik van nieuwe technieken. Opstijgende vliegmachines kunnen door zwanen en hun gratie haast niet treffender worden uitgebeeld. Jarenlang zijn zwanen dan ook de kernwaarden geweest van de luchtvaartmaatschappij KLM in Nederland. Hoewel de inwoners van het dorp Zwanenburg – niet te verwarren met het kasteel waar wij nu bij in de vijver zitten - er misschien anders over denken. Immers zwanen maken geen lawaai, niet bij het opstijgen en niet bij het landen. En een ander staaltje van techniek, dat aan de orde kwam was de Erasmusbrug in Rotterdam. Deze kreeg in de volksmond al snel de bijnaam ―de Zwaan‖. ―Voor ons Cygni‘s misschien wat merkwaardig omdat een dergelijke knik in onze hals helemaal niet voorkomt, maar goed, als sierlijke constructie boven water in de havenplaats Rotterdam zullen wij geen bezwaar maken tegen deze bijnaam‖, zo betoogde hij.
―Tot slot, ik herhaal en ik vraag jullie nogmaals goed rekenschap te geven aan wat ik heb verteld en waarvoor dus onze familie door de mens in de vorm van metaforen mag worden gebruikt. Dat zijn: het goede, de schoonheid en elegantie, statigheid en aristocratie, reinheid en kracht, onschuld en deugdzaamheid, trouw en goedertierenheid, waarheid en zuiverheid, acceptatie en bescherming van het kwetsbare, maar ook van transformatie: het leven en de dood‖. Bij het uitspreken van de laatste woorden stokte de stem van de familieoudste. Het was al bijna donker geworden. Het leek wel of hij niet meer kon. Een siddering ging door de hele familie toen hij plotseling een lied aanhief. ―Witte zwanen, zwarte zwanen, mag ik mee naar Engel-land varen:‖ De familie wist wat dit betekende, de koude rillingen die over de ruggen van de zwanen liepen veroorzaakten kleine golfjes op de vijver. Immers zwanen zingen maar één keer in hun leven, kort voor hun dood. Zij allen waren getuigen van een zwanenzang. De familieoudste had de balans opgemaakt, had de rest van zijn familie onderricht en aan zijn plicht voldaan om de verhalen over te leveren aan de nieuwe generaties. Korte tijd later vertrok de ziel van de familieoudste zoals Orpheus bij de Grieken als zwaan vertrok naar het dodenrijk, naar de horizon, richting ondergaande zon. In dit geval was dat ook richting Engeland. Toeval of niet. De achterblijvende familieleden Zwaan waren er die nacht stil van, maar leefden vanaf de volgende dag nog lang en gelukkig.