Posted 16 November 2011 - 05:30 PM
About Slavery in the OLB: (No English text available) The objections to slavery are similar to the ideas of Halbertsma
Dat er ook slaven en lijfeigenen in Friesland zouden geweest zijn, wordt op grond van enkele plaatsen der oude Friesche wetten door sommigen beweerd, doch door anderen tegengesproken, op grond der algemeene volksvrijheid en gelijkheid van alle ingezetenen voor de wet; alsmede, omdat de slavernij haren grond had in het regt van verovering. Aangezien nu de Friezen, althans na KARELden groote, van het zwerven en veroveren hadden afgezien, en zich door eene bijzondere gehechtheid aan hun land kenmerkten, is hier kwalijk aan slavernij te denken, ten zij gevangen genomen Noormannen daarin vielen. Zoo denkt ook HALBERTSMA in zijne Letterkundige Naoogst, 1840, I 135, 138.
BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN FRIESLAND IN HOOFDTREKKEN; bevattende een Overzigt van de lotgevallen der Friezen en van de voornaamste gebeurtenissen, gedurende bijna tweeduizend jaren in dit land voorgevallen.
UIT VELE VROEGERE EN LATERE BRONNEN BEWERKT,DOOR W. EEKHOFF Archivarius der stad Leeuwarden, Voorzitter van de Tweede Afdeeling der werkende Leden van het Friesch Genootschap van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde, Lid van de Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde te Leiden en van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen. Met eene Schetskaart van den waarschijnlijken toestand van het land der Friezen en hunne naburen, omstreeks den aanvang onzer tijdrekening.
TE LEEUWARDEN, BIJ W. EEKHOFF. 1851.
About the Sax (knife) in the OLB (no English text available) The explanation of the name of the Saxons (sax - knife) in the OLB can be related to J.H. Halbertsma's study of long and short knives.
vs. 69. stekemes couteau poignard, het korte zwaard, bij de Sc. sax Ags. seax genaamd. Aelfrici glossae, handsex othtïie lytel svntrd, handsax of klein zwaard. Het korte zijgeweer , hetwelk de Friesche policiedienaars ten platte lande droegen, noemden de oude Oostfriezen ook saghs, gelijk Cadovius Muller in zy'n eigenhandig Afemoriale Frisice, thans mijn eigendom, door eene afbeelding der saghs bewijst. Aelfric gl. vertaalt sex ook, cultellus, gelijk Nennius saxes door cultelli; doch cultellus had in de middeneeuwen de beteekenis van handwapen , hetzij korter, hetzij langer. Zie bij du Cange op cultellus de volgende plaats; „ habcbant cultellos longos, gra„ cues, triacumines, quolibet acumine indifferenter secantes, ,. a cuspide usque ad manubrium, quibus utebanter pro gla„ dus." Dit lijkt veel op onze degens. Het woord mes, door Maerlant hier voor de sax gebezigd, heeft ook de dubbelde beteekenis van culter en gladius; zie Kil. Aelfr. gl. cnif artovus, i. e. pennemes. Lfr. kmf knipmesje, in onderscheiding van het grootere mees, culter. NL hak-mes, breede keukenbijl met dun blad.. Maerlant bedoelt met steeck-wessen dus korte degens, of lange daggen. Ik moet echter doen opmerken, dat de Friezen en zee-Saxen wel een zakwapen droegen om te houwen en te snijden, niet om te steken; bij de Italianen, en in het gemeen bij de zuidelijke volken van Europa, zijn de steekmessen en ponjanrds meer in zwang. De zee-Saxen en Friezen waren nooit zonder een groot puntmes, dat, het lemmet in eene lederen schede gestoken, met het hecht den dijzak der broek uitstak, en ieder oogenblik met gemak werd uitgehaald, hetzij om brood of touw te snijden, hetzij om partij een jaap in het gezigt te geven. Om van het kortjan der matrozen te zwijgen, dient het zakmes in ons vaderland nog hier en daar tot dat einde, en vroeger was op de Friesche en Saxische kermissen ten platten lande het mcsjentrekken even gewoon en eerlijk als het dansen. Deventer had voormaals eene keur op de hangmessen; om burgeroorlog voor te komen, mogten zij niet gedragen worden dan tot zekere lengte, wier maat door een modelmes , nog op het stadhuis aanwezig, werd aangewezen. Overigens is het duidelijk , dat zeelieden, gelijk Hengist en de zijnen, zich met lange wapens in geene touwen en zeilen konden redden, en zich dus van kort handgeweer bedienen moesten.
die lose, die ongetrouwe,
die kadde in sine mouwe
een stékemes al heimelilce,
i ml,: alle de sine des geUke.
Ten tijde van Maerlant droegen de mannen wijde mouwen, gelyk aan zijn eigen portrait te zien is. De zot verbierg in de mouw zijn marot, de toovenaar den wind, de sluikmoordenaar den ponjaard; van hier NI. hij heeft ze in de mouw, hjj heeft stille knepen. Gelijk na de middeneeuwsche schilders de windmolens reeds voor den zondvloed laten draaijen, en Noah eenen bril op den neus zetten, zoo laat M. hier de Saxen hunne lange messen uit de wijde wambuismouwen halen. Maar Hengist en de zijnen droegen de armen bloot, en het was ook onnoodig, dat oorlogsmannen, anders altijd met korte zwaardjes gewapend, die bij deze gelegenheid zouden hebben verborgen. Mouwen waren bij uitsluiting de dragt der vrouwen. De ruime beteekenis van soa; en mes ligt in beider grondbeteekenis van snijden, die zoo wel op het kleinste mes als het grootste slagzwaard kan toegepast worden. Graff leidt mes af van G. maitan, scindere; het is van Sc. massa, in kleine stukjes snijden, waarvan het Fr. massacrer. De a, bij de Neder- en Hoogduitschers verschraald tot e in NI. mes Th. mezarahs Hd. messer, vergroofde zich tot o bij de Hindelopers en andere zuidhoeksche Friezen in hun mos, culter, terwijl het Lfr. de a op zijn Agelsaxisch in CB, mees, verandert. Sax zit vast aan het algemeene thema van sic in Lat. ska, secare; NI. sikkel Ags. sicel, falx. Sc. sigd Lfr. sichte id. sichtja falce demetere. Th. seh ligo. Ags. ncegel-seax nagelmesje; scer-scex scheermes. Th. scar-sahs scheermes; mezzi-sahs ploegijzer. Zoo zien wij, dat sax de snijdende werktuigen, vanliet scheermes tot de spade en het oorlogszwaard toe, aanduidde: mes doet hetzelfde, cf. Gff. H. 912.
J.H. Halbertsma AANTEEKENINGEN SPIEGEL HISTORUEL. UITGEGEVEN DOOR DE TWEEDE KLASSE VAN HET KONINKLIJK-NEDERLANDSCHE INSTITUUT VAN WETENSCHAPPEN, LETTERKUNDE EN SCHOONE KUNSTEN. AMSTERDAM,Jen 4*f° December 1851.